Verhalen

In de oorlog ben ik niet echt bang geweest. Als de vliegtuigen overvlogen dan riep ik: “Mama, ze gaan bommen werpen”. En mama zei altijd: “Neen kindje, slaap maar gerust je moet daar niet naar luisteren, het is allemaal oefening”

“Dat waren bonnetjes zoals je spaarbonnetjes krijgt… Er waren er voor vlees, voor vet, voor brood, voor de meeste voedselwaren die je elke dag nodig had. Zo had ik in mijn klas kinderen wiens papa in een fabriek moest werken en die zware arbeid deden, die daar dus niet genoeg mee hadden en de vrouw gaf al het eten dat ze kon kopen met die bonnetjes mee met haar man, maar daardoor hadden de kinderen dikwijls honger…”

“Welnu tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in al die voortuintjes prei, bonen, tabak, salade en aardappelen geplant. De mensen schaamden zich niet om daar groenten te planten. Tabak was natuurlijk onder controle, je moest dat aangeven. Je moest dan die bladeren snijden en dat werd dan gedroogd. Dat was dan voor de rokers uiteraard, want echte tabak kon je nauwelijks krijgen. Dat waren ersatzproducten. De mensen schaamden zich niet dat ze een tuintje hadden. Bloemen zag je niet meer. Dat waren dus allemaal groenten voor voedsel…”

Dit project focust voornamelijk op de verhalen die de Tweede Wereldoorlog tot leven brengen. Aan de hand van getuigenissen en herinneringen willen we een beeld schetsen van het dagelijkse leven gedurende  de oorlogsjaren ’40 – ’45 en de impact van een dergelijk mondiaal conflict (de bezetting, de terreur, de angst, de bevrijding…) op een samenleving.

Naar welke verhalen we op zoek gaan, kan u hier lezen.